Reglement 4- en 6-tallen

Algemene Bepalingen

  1. Alle bij het kampioenschap betrokken wedstrijde n worden verreden onder de reglementen van de Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie.
  2. De organisatie, officials en medewerkers dragen geen enkele verantwoorde lijkheid voor schade en/of ongevallen. Een ieder is aanwezig of neemt d eel voor eigen risico. In alle gevallen waarin de reglementen van het KFPS-KD niet voorzien, beslist het bestuur van het KFPS-KD, in overleg met de Federatievertegenwoordiger).
  3. De kosten van eventueel arts, dierenarts of hoefsmid zijn voor eigen rekening.
  4. Deelname is mogelijk voor combinaties die zijn ingeschreven bij de Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie en derhalve in het be zit zijn van een geldige startkaart, met dien verstande dat het paard eveneens is ingeschreven bij de Koninklijke Vereniging Het Friesch Paarden Stamboek en daarmee in het bezit is van een geldig stamboekpapier. Geregistreerde paarden uit een nevensectie zijn uitdrukkelijk uitgesloten van deelname.
  5. Startgeld 10,00 
  6. Tijdens het kampioenschap wordt gereden in de vo lgende klassen: L, M,Z en ZZ.
  7. Starten tijdens de finale is uits luitend mogelijk op basis van de behaalde resultaten in een wedstrijd. (60% behaald te zijn).

KIJK OOK OP REGLEMENT KFPS KAMPIOENSCHAP DRESSUUR. KNHS

Wedstrijdreglement Dressuur versie 2013

HOOFDSTUK 5 – ANDERE TYPEN WEDSTRIJDEN EN RUBRIEKEN
Artikel 140 – Afdelingsdre ssuur/vier- en zestallen

Bij afdelingsdressuur wordt er een dressuurproef gereden in een zestal of viertal. De dressuurproeven voor de verschillende klassen in de afdelingsdre ssuur zijn opgenomen in een speciale uitgave.

  1. Vier- en zestallen dienen te worden samenges teld uit leden afkomstig van dezelfde vereniging, dezelfde kring of dezelfde regio, tenzij anders is vermeld in het vraagprogramma.
  2. Deelnemende combinaties in een vier- of zestal dien en in het bezit te zijn van een geldige startpas.
  3. Indien onder dezelfde afdelingsnaam meer vi ertallen beschikbaar zijn, mogen deze viertallen desgewenst aan dezelfde wedstrijd deelnemen, ook wanneer gestart wordt in dezelfde klasse. Maximaal 1 combinatie, 1 deelnemer of 1 paard uit een vier- of zestal mag deelnemen in een ander vier- of zestal.
  4. Voor de klasse-indeling is de samenstelling van de afdeling maat gevend, overeenkomstig het volgende puntensysteem:
    - L-combinatie of lager 1 punt
    - M-combinatie 2 punten
    - Z-combinatie of hoger 3 punten

    Zestallen starten in de klasse:
    - Totaal van 9 punten of minder L
    - Totaal van 10 t/m 13 punten M
    - Totaal van 14 punten of meer Z

    Viertallen starten in de klasse:
    - Totaal van 6 punten of minder L
    - Totaal van 7 t/m 9 punten M
    - Totaal van 10 punten of meer Z

    Maximaal 1 combinatie, uitkomend in een zes- of viertal bij de paarden, mag hoger geklasseerd zijn dan Z2-dressuur. De deelnemende vier- en zestallen rijd en in handicap, behalve indien er 4 vier- of zestallen of meer in een bepaalde klasse deelnemen.
  5. Een zestal/viertal mag desgewen st in een hogere klasse starten dan door het totaal puntenaantal van de afdeling aangegeven wordt. Het bestuur van de vereniging is verantwoor delijk voor het in de juiste klasse starten van de afdeling van de desbetreffende vereniging.
  6. In verband met de selectieprocedure voor de kring-, regionale- en KNHS-kampioenschappen is een regeling van toepassing, die erin voorziet dat vo or het genoemde puntensysteem de klasse (in de individuele dressuur) geldt, waarin een combinatie reglementair geklasseerd of startgerechtigd is. In dit verband wil "geklasseerd" zeggen, dat het gaat om de klasse waarin een combinatie per 1 april van het desbetreffende wedstrijdjaar, met ten minste 1 winstpunt geregistreerd staat. In dit kader betekent "startgerechtigd": de laagste klasse waarin een nog niet geklasseerde, nieuw gevormde combinatie in het geval van deelname aan de individuele dressuur uit zou mogen komen. Indien er vanaf 1 oktober gereden wordt in zes- of viertalverband , is de stand van een combinatie per 1 oktober bepalend.
  7. Wanneer tijdens de afdelingsdressuurproef één van de deelnemende paarden verschijnselen van kreupelheid vertoont, zal deze comb inatie of het paard uitsluitend op initiatief van de (voorzitter van de) jury door een ander mogen worden vervange n, indien in de onmiddellijke nabijheid een reservecombinatie of een reservepaard gereed staat en de afdelingsdressuurproef direct kan worden vervolgd. De formatie mag in dat geva l door de commandant herzien worden.
  8. Bij een val van ruiter en/of paard tijdens een af delingsdressuurproef vindt geen uitsluiting plaats en mag de combinatie worden ve rvangen door de reservecombinatie die gereed staat.
  9. Het eventueel verschil in stokmaat van de pony's mag door de jury niet in de beoordeling van een afdeling worden betrokken, evenmin het verschil in harnachement en het eventuele gebruik van een staartriem.
  10. Pony zes- en viertallen worden samengesteld ui t pony's, behorende tot de categorieën A, B en C (max.1 combinatie mag cat. C zijn in een viertal en max. 2 combinatie s mogen cat. C zijn in een zestal) of behorende tot de categorieën B, C, D en E; er wordt gereden in de klassen L, M en Z.
  11. De afdelingsprogramma's moeten worden ge commandeerd. Het is de voorlezer of commandant verboden aanwijzingen te geven, anders dan het le tterlijk voorlezen van de afdelingsdressuurproef.
  12. Op de afdelingsdressuur is dit reglement van toepassing; het gebruik van een karwats of dressuurzweep is uitsluitend toegestaan in de klasse L; sporen zijn in alle klassen toegestaan, doch in géén enkele klasse verplicht.
  13. Stang en trens zijn toegestaan voor zes- en viertallen paarden in klasse Z indien alle combinaties regulier in de klasse Z dress uur uitkomen/geklasseerd zijn.
  14. Het is ook toegestaan dat één ruiter en één paard uit dezelfde vereniging, kring of regio, afhankelijk van de samenstelling van het afdelingsd ressuurteam, welke geen vaste combinatie vormen, maar die ieder wel een geldige startpas hebben, in een andere combinatie deelnemen aan de afdelingsdressuur.
  15. Het dragen van een veiligheid shoofddeksel is verplicht.
  16. Strafpunten: zie individuele dressuur.
  17. Plaats juryleden: in het geval va n beoordeling door 1 jurylid neemt dit jurylid plaats bij B. In geval van beoordeling door 2 juryleden neemt de hoofdjury plaats bij B en een tweede jury bij C.
  18. De commandant is niet te paard en presenteert de afdeling. Uitsluiten d de commandant brengt, zowel bij het begin als het einde van de proef, voor het front van de afdeling de groet uit naar de juryleden. Bij beoordeling door 1 jurylid neemt de commandant plaat s tussen F en B. Bij beoordeling door juryleden neemt de comman dant plaats tussen B en M.
  19. Een vier- of zestal mag nooit in compleet starten of doorrijden.
  20. Uitvoering van de af delingsdressuurproeven: Over het algemeen geldt, wanneer niets wordt gecommandeerd, dat de afdeling het programma vervolgt op dezelfde hand. Wanneer het gelid is opgesteld, wordt altijd vanaf de rechtervleugel afgebroken en de hoefslag rechts vervolgd, tenzij anders wordt vermeld. Indien wordt gevraagd ‘op A’ of ‘op C’ iets uit te voeren, wordt bedoeld dat de uitvoering bij de genoemde letter moet beginnen.
  21. In de afdelingsdressuur dient de oorspronkelijke volgorde - tenzij anders gevraagd – gehandhaafd te blijven op straffe van uitsluiting. Het herstellen van een niet gevraagde plaatswisseling wordt bestraft als onder ‘strafpunten’ aangegeven.